Literatuur over gespreksvoering met kinderen bestaat nauwelijks. Spreken met kinderen is echter voor bijna iedereen een dagelijkse bezigheid en voor professionals een kernactiviteit. Desondanks is er tijdens opleidingen nauwelijks aandacht voor. Naast het voeren van vraaggesprekken met kinderen wordt in deze uitgave gespreksvoering in het algemeen beschreven en behandelt het in het bijzonder hulpverleningsgesprekken en gesprekken in de schoolsituatie.In Luister je wel naar mij? beschrijft Martine Delfos hoe een gesprek met vierjarigen, achtjarigen of twaalfjarigen gevoerd kan worden. Moet je praten en spelen tegelijk? Welke vraagtechnieken zijn op welke leeftijd geschikt? Hoe schat ik de mentale leeftijd van een kind in? Hoe zorg je dat het kind een optimale getuige is?Luister je wel naar mij? dat Martine Delfos schreef met medewerking van Jorien Meerdink en Fiet van Beek van bureau WESP, is een boek over gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf waarin het meest recente onderzoek verwerkt is tot een model van leeftijdgewijze vormen van gespreksvoering. Het is geschikt als leerboek voor mensen die met kinderen in de basisschoolleeftijd werken, van leerkracht of politieagent tot therapeut.Dr. Martine F. Delfos is psycholoog/therapeut en is gespecialiseerd in het werken met meervoudig getraumatiseerde kinderen en volwassenen. Zij werkt onder andere binnen de jeugdhulpverlening en verzorgt nascholing aan psychologen, orthopedagogen, artsen, maatschappelijk werkers en groepsleiders.
Behandelend trainen beschrijft drie behandelprogramma's - sociale vaardigheidstraining, cognitieve vaardigheidstraining en agressieregulatietraining - gericht op het verbeteren van sociale en cognitieve vaardigheden bij kinderen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ADHD en PDDNOS.De term behandelprogramma verwijst daarbij naar het behandelende karakter van de trainingen. Daarin ligt ook het verschil met andere boeken over vaardigheidstrainingen: in deze uitgave zijn de geprotocolleerde behandelingen ingebed in het totale behandelplan van het individuele kind. Kern hierbij is het actief betrekken van ouders en leerkrachten bij de behandeling om generalisatie van het geleerde naar het handelen in de dagelijkse situatie te bevorderen.Alle drie de vaardigheidstrainingen worden apart beschreven, van de theoretische verantwoording tot en met de praktische uitvoering. De cd-rom bevat het per behandel¡programma gerubriceerde, printklare werkmateriaal, bestaande uit een draaiboek voor de trainers, de oefenmap voor het kind en een ondersteuningsmap voor ouders en de leerkracht. Daardoor zijn de behandelprogramma's direct bruikbaar in de eigen praktijk. Het gebruik ervan is echter alleen mogelijk met gedegen kennis van het beschreven cognitieve gedragstherapeutische kader van technieken en procedures die worden toegepast in de trainingen.Behandelend trainen is geschreven voor (GZ-)psychologen, (ortho-)pedagogen, psychotherapeuten, kinder- en jeugdpsychiaters, gedragstherapeutisch medewerkers actief binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie, de jeugd-GGZ en/of Jeugdhulpverlening, vrijgevestigde psychologen en pedagogen en medewerkers in het onderwijs.
Hoe effectief is Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling (IOG)? In de gezinnen die aangemeld worden voor IOG is er sprake van een disbalans tussen draagkracht en draaglast. Ouders voelen een hoge mate van opvoedingsstress en kinderen vertonen gedragsproblemen. Met ondersteuning van IOG versterken ouders hun opvoedingsvaardigheden. Gedurende het IOG- traject worden de krachten van de gezinsleden zichtbaar gemaakt en verder uitgebreid. Ook wordt er aandacht besteed aan (het uitbreiden van) het netwerk van de gezinnen. Ouders gaan zich daardoor weer sterker, ofwel empowered voelen.Uit de effectmeting die de auteurs in dit boek beschrijven blijkt dat IOG een effectieve vorm van hulpverlening is bij het verlagen van opvoedingsstress, het verminderen van gedragsproblemen van kinderen en het vergroten van empowerment van ouders. Gezinnen kunnen weer op eigen kracht verder en worden minder afhankelijk van de hulpverlening.Effecten van Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling is bestemd voor diegenen die op enigerlei wijze betrokken zijn bij een vorm van ambulante gezinsbehandeling: uitvoerend werkers, teamleiders en bestuurders van instellingen voor jeugdhulpverlening. Vaak zijn ook andere hulpverleners betrokken bij de gezinnen zoals medewerkers uit de gezondheidszorg, het onderwijs, van de politie of de gemeente. Voor hen is dit boek een uitstekend middel om vertrouwd te raken met de doelen en werkwijze van IOG. Voor studenten (hbo en wo) kan het boek als voorbeeld dienen hoe je praktijkonderzoek opzet en uitvoert.
Hoe herken je de behoeftes van een puber? Hoe kom je hierover met hem of haar in gesprek? Hoe kun je je als volwassene werkelijk verbinden met pubers op een manier die hun helpt in hun groei naar volwassenheid? Hierover gaat Pubers van nu. Het boek biedt praktische handvatten, tips en wetenswaardigheden, ook voor contacten met pubers met een niet-westerse achtergrond. Iedereen kan met dit boek direct aan de slag.Pubergedrag leidt vaak tot vragen en soms ook tot problemen. Veel van dit gedrag is te verklaren uit de ontwikkelingen die puberhersenen doormaken: tijdens de puberteit is bijvoorbeeld het gebied in de hersenen dat emoties reguleert nog volop in ontwikkeling. Dit is een van de factoren die de puberteit tot een heftige periode in het leven kunnen maken.Voor een evenwichtige ontwikkeling van pubers is het belangrijk dat zij begeleid en ondersteund worden door volwassenen. Dit vraagt van volwassenen dat ze zich verdiepen in pubers: hoe denken zij? Hoe ervaren pubers de wereld om hen heen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, zullen veel volwassenen bovendien - in het besef dat puberhersenen anders werken - hun eigen denkkaders moeten loslaten.Dit boek is geschreven voor iedereen die met pubers werkt en omgaat: zowel professionals in de jeugdhulpverlening en het onderwijs, als ouders. Verder biedt dit boek ook vele handvatten voor politie, justitie, vervoersbedrijven, de middenstand en bedrijven waar pubers stagelopen of vakantiewerk doen.
'Voor ik het wist sloeg ik erop.''Er trok een rode waas voor m'n ogen en toen...'Agressieve jongeren hebben dikwijls het gevoel dat woede-uitbarstingen hen min of meer overkomen. Het lijkt alsof de agressie wordt opgeroepen door de situatie. Vanuit de Rationeel Emotieve Therapie (RET) echter, wordt erop gewezen dat dergelijke reacties niet zozeer worden veroorzaakt door een bepaalde situatie, maar veel eerder worden opgeroepen door onbewuste en irrationele gedachten die de jongere over die situatie heeft. De wijze waarop de jongere de situatie interpreteert en de gedachten die hij daarbij heeft, leiden ertoe dat hij buitensporig kwaad wordt en niet meer in staat is om met de feitelijke situatie om te gaan.Dit boek geeft aan de hand van onderzoek in de praktijk toepassingen van de Rationeel Emotieve Therapie weer voor de jeugdhulpverlening. Daarbij is specifiek gekozen voor de residentiële hulpverlening aan agressieve jongeren. Het onderzoek heeft vorm gekregen door de constructie van een 'irrationele gedachten vragenlijst', aan de hand waarvan interviews zijn afgenomen bij 52 agressieve jongeren uit diverse tehuizen.Op basis van dit onderzoek, worden in dit boek diverse lijnen uitgezet voor een cognitief gedragsmatige benadering van agressieve jongeren in tehuizen.
Dit boek introduceert een nieuw perspectief in de psychotherapie: de narratieve benadering. In deze benadering poogt de hulpverlener de verbeelding aan het woord te laten en, om met Kundera te spreken, 'landschappen te betreden die ontoegankelijk zijn voor het rationele denken': hartstocht, verlangen, wanhoop, onmacht, angst, woede, liefde en seksualiteit. De hulpverlener maakt daarbij gebruik van zijn 'narratieve weten': hij begint te vertellen om het onbekende een plaats te geven en met vreemde vertrouwd te raken, en maakt op die manier existentiële en psychologische vraagstukken zowel voor de cliënt als voor zichzelf beter hanteerbaar. Immers, de mens is niet alleen homo sapiens maar ook homo fabulans, verteller van verhalen. De auteurs beschrijven de werkelijkheid als een vertelde werkelijkheid. In hun theoretische verantwoording maakt de lezer onder meer kennis met ideeën uit het constructivisme, met het differntiedenken uit de Franse filosofie, met het begrip 'dissociatie' uit de hypnotherapie en met tekstanalyse en -interpretatie uit de literatuurwetenschap. Zij ontwikkelen vervolgens een model waarin het narratieve ook in de staf- en cliëntbesprekingen aan het woord kan komen: het team als therapeutisch medium. Een betoog over narratieve strategieën komt natuurlijk niet tot zijn recht zonder verhalen. In dit boek nemen voorbeelden en verhalen uit de praktijk van psychiatrie, psychotherapie en kinder- en jeugdhulpverlening dan ook een prominente plaats in.
Hebben kindercentra een eigen sociaal-pedagogische opdracht of zijn zij het voortraject van het onderwijs, het verlengstuk van het gezin, de dependance van de jeugdhulpverlening of de kinderbewaarplaats van het bedrijfsleven? Kindercentra zijn al lang geen randverschijnsel meer, integendeel. Tegenwoordig hebben zij een belangrijke functie in de samenleving. Kindercentra zullen hun positie ten opzichte van de andere spelers op het maatschappelijk speelveld moeten bepalen. Op welke manier kunnen kindercentra tegemoetkomen aan de vragen van deze en andere spelers, zonder het kind uit het oog te verliezen? Kindercentra kunnen deze vraag alleen beantwoorden in samenspraak met ouders, overheden, bedrijfsleven en andere maatschappelijke actoren. De auteurs hopen met deze publicatie een bijdrage te leveren aan het debat over de positionering van kindercentra.
In dit volledig herziene en geactualiseerde standaardwerk beschrijven Roel en Sonja Bouwkamp de theorie en praktijk van de psychosociale hulpverlening, het brede gebied tussen de materiÙle hulpverlening en de gespecialiseerde psychiatrische zorg dat bijna driekwart van de problemen beslaat waarvoor cliÙnten hulp vragen.Het handboek bestaat uit een theoriedeel (deel I), waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe psychosociale problemen ontstaan. Daarbij wordt vooral aandacht gegeven aan de opvoedingspatronen van ouders, de reactiepatronen van kinderen en hoe deze in de volwassen partnerrelatie doorwerken en op hun beurt het gezinsfunctioneren weer be´nvloeden. Dit deel is zowel integraal door het inzicht in de samenhang van functies en van de problemen in de diverse levensgebieden als integratief, doordat het relevante aspecten van diverse benaderingen in de hulpverlening integreert. Daarna wordt de methodiek met vele voorbeelden praktisch uitgewerkt in drie delen.Deel II beschrijft hoe zowel individu- als systeemgericht gewerkt kan worden en hoe en waarvoor belangrijke mensen uit de omgeving van de cliÙnt bij de hulpverlening betrokken kunnen worden, ook bij louter individuele klachten. Het derde deel beschrijft het persoonlijk en ervaringsgericht werken. Het laat zien hoe gebeurtenissen in de relatie tussen hulpverlener en cliÙnt direct of indirect als voorbeeld kunnen dienen voor het aanpakken van problemen.Het vierde deel beschrijft heel concreet de opeenvolgende fasen van het hulpverleningsproces en hoe zowel oplossings- als behandelingsgericht gewerkt kan worden. In dit laatste deel worden alle methodische inzichten en richtlijnen van de vorige delen integraal verwerkt.De methodiek sluit aan bij de beroepsprofielen, kerntaken en competenties van het maatschappelijk werk en de jeugdhulpverlening en is uiterst bruikbaar bij de opleiding van huisartsen en psychologen. Ook voor de meer ervaren hulpverlener is dit standaardwerk te gebruiken wanneer de hulpverlening stagneert.
De Kindertelefoon neemt kinderen en hun mening serieus, zeker als het gaat om hun eigen leefwereld en welzijn. Want kinderen zijn zelfstandige en zelfredzame individuen, aldus de visie van de Kindertelefoon. De Kindertelefoon is onder kinderen en jongeren een begrip: vrijwel allemaal weten ze van het bestaan ervan.In het boek In gesprek met kinderen staat de manier waarop medewerkers van de Kindertelefoon een gesprek met een kind voeren centraal. De visie van de Kindertelefoon bepaalt de manier waarop medewerkers dat doen. Daarom begint dit boek met een hoofdstuk waarin die visie vertaald wordt in de houding en rol van de volwassene. Daarna worden een gespreksmodel, technieken en strategieen beschreven: de praktische hulpmiddelen om het kind te helpen zijn doel van het gesprek te verwezenlijken. Wat het kind wil met het gesprek is essentieel. Daarom is er ook uitgebreid aandacht voor de volgende vragen: Hoe zorg je ervoor dat een kind zich op zijn gemak voelt om zijn verhaal te doen? Hoe krijg je samen de situatie van het kind in beeld? Hoe help je het kind te verwoorden wat hij met het gesprek wil? Met behulp van voorbeelden wordt verduidelijkt hoe je tijdens elke rase van het gesprek het kind en zijn verhaal serieus kunt nemen.Dit boek is in eerste instantie geschreven voor (nieuwe) medewerkers van de Kindertelefoon. Maar de inhoud is voor iedereen die gesprekken voert met kinderen interessant: voor werkers in het onderwijs, de gezondheidszorg, jeugdhulpverlening, jeugdbescherming, jeugdzorg et cetera. De beschreven methodiek is toepasbaar bij alle mogelijke gesprekonderwerpen. Ook als het niet gaat om telefonisch contact is de methodiek van de Kindertelefoon toepasbaar en waardevol. Anique de Beyn, psycholoog, is als werkbegeleider in dienst bij Kindertelefoon Midden-Brabant, waar zij in 1988 als vrijwilliger begon. Zij is door de Vereniging Landelijk Overleg Kindertelefoons gevraagd de methodiek van de Kindertelefoon vast te leggen.
In het opvoedingsproces sluiten doorgaans de ontwikkeling van het kind en de opvoeding op elkaar aan. Maar soms is dat niet het geval. Het opvoedingsproces wringt dan of zit vast. In Orthopedagogiek - Antwoorden op vraagstellingen wordt een weg gewezen om de vraagstelling op te sporen en worden bouwstenen voor de hulpverlening aangedragen. Het Vraagstelling Ordenend Systeem (V.O.S.) wordt daartoe gepresenteerd. Het gedrag van het kind en de manier waarop de opvoeder opvoedt worden daarbij geanalyseerd in hun betekenis voor het opvoedingsproces. Beoogd wordt het opvoedingsproces zo te doen verlopen dat het de beste kansen biedt voor de ontwikkeling van het kind. De uitkomst van het zoekproces - met behulp van V.O.S. - wordt vastgelegd in een behandelingsplan.De manier waarop het V.O.S. een functie vervult voor de indicatiestelling en voor de zorgprogrammering komt daarna aan de orde.De auteurs hebben binnen de jeugdhulpverlening en de gehandicaptenzorg ervaring met orthopedagogische diagnostiek en behandeling, waardoor de aansluiting met het orthopedagogisch handelen in de praktijk is gewaarborgd. In theoretisch opzicht bouwen de auteurs voort op het werk van J.W.F. Kok en P.W.H.M. van Oeffelt.
Literatuur over gespreksvoering met kinderen bestaat nauwelijks. Spreken met kinderen is echter voor bijna iedereen een dagelijkse bezigheid en voor professionals een kernactiviteit. Desondanks is er tijdens opleidingen nauwelijks aandacht voor. Naast het voeren van vraaggesprekken met kinderen wordt in deze uitgave gespreksvoering in het algemeen beschreven en behandelt het in het bijzonder hulpverleningsgesprekken en gesprekken in de schoolsituatie.In Luister je wel naar mij? beschrijft Martine Delfos hoe een gesprek met vierjarigen, achtjarigen of twaalfjarigen gevoerd kan worden. Moet je praten en spelen tegelijk? Welke vraagtechnieken zijn op welke leeftijd geschikt? Hoe schat ik de mentale leeftijd van een kind in? Hoe zorg je dat het kind een optimale getuige is?Luister je wel naar mij? dat Martine Delfos schreef met medewerking van Jorien Meerdink en Fiet van Beek van bureau WESP, is een boek over gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf waarin het meest recente onderzoek verwerkt is tot een model van leeftijdgewijze vormen van gespreksvoering. Het is geschikt als leerboek voor mensen die met kinderen in de basisschoolleeftijd werken, van leerkracht of politieagent tot therapeut.Dr. Martine F. Delfos is psycholoog/therapeut en is gespecialiseerd in het werken met meervoudig getraumatiseerde kinderen en volwassenen. Zij werkt onder andere binnen de jeugdhulpverlening en verzorgt nascholing aan psychologen, orthopedagogen, artsen, maatschappelijk werkers en groepsleiders.
Dit basisboek gaat over video interactiebegeleiding (VIB), een methode die gebruikmaaktvan videobeelden en de principes van basiscommunicatie om de begeleiding van cliënten en professionals vorm te geven. De methode is breed inzetbaar en kan worden toegepast in jeugdhulpverlening, thuiszorg, gehandicaptenzorg, jeugdgezondheidszorg, maatschappelijk werk enzovoort.De auteurs belichten video interactiebegeleiding in al haar facetten en behandelen de uitgangspunten en de wijze waarop de videobeelden van interacties met behulp van basiscommunicatie worden geanalyseerd.De illustratieve praktijkverhalen in Video interactiebegeleiding maken duidelijk hoe VIB–ers de uitgangspunten van de VIB–theorie toepassen. Ter verduidelijking van de tekst zijn foto's opgenomen.Bij dit boek wordt een dvd geleverd die video–interactiebegeleiding in de praktijk zichtbaar maakt. Drie ouders en enkele pedagogische medewerkers geven hierop weer hoe met behulp van video–opnamen en analyse het contact wordt ondersteund. Door gebruik van videobeelden bij de begeleiding komt een betere afstemming tussen de gezinssituatie en de groepssituatie tot stand.
De orthopedagogiek als wetenschap is in Nederland zo'n vijftig jaar oud. Maar oud of jong, de orthopedagoog is niet meer weg te denken uit een reeks van maatschappelijke sectoren waar men zorg heeft voor problemen van kinderen en opvoeders: de jeugdhulpverlening, de jeugdbescherming, de jeugdgezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en het speciaal onderwijs. Vijftig jaar lang is er aandacht geweest voor de verhouding tussen wetenschap en praktijk en is er gewerkt aan de kwaliteit van orthopedagogische diagnostiek en hulpverlening, waarbij de nodige zelfkritiek nooit geschuwd is.In dit boek wordt een balans opgemaakt. Beschreven wordt wat het bijzondere is aan het perspectief van de orthopedagoog in vijf van zijn hoedanigheden: theoreticus, onderzoek, diagnosticus, hulpverlener en persoon. In vijf delen worden deze hoedanigheden kritisch belicht.Deze schets van de actuele stand van zaken in de orthopedagogiek is bedoeld voor elke orthopedagoog, voor diens naaste collega's en voor degenen die zich als student het perspectief van de orthopedagoog eigen maken
De opvoeding van een kind is een dankbare maar soms ook lastige taak. Niet alle ouders kunnen het alleen af. Sommige ouders hebben voldoende aan hulp en advies van mensen uit hun omgeving. Er zijn echter ook ouders voor wie hulp uit hun directe omgeving niet toereikend is. Deze ouders kunnen een beroep doen op professionele opvoedingsondersteuning.Er is in Nederland een groot aanbod van opvoedingsondersteuningsprogramma's. Van een deel van de programma's is echter niet bekend of ze de opvoedingsproblemen van ouders daadwerkelijk verminderen. Daarom is er sinds enkele jaren steeds meer aandacht voor onderzoek naar de effectiviteit van opvoedingsondersteuningsprogramma's.Suzan Aussems heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van Triple P, een opvoedingsondersteuningsprogramma dat in Leiden, Schijndel en Boxtel sinds 2004 ingezet wordt. In Opvoedingsondersteuning onderzocht geeft zij aan of het Triple P program¬ma succesvol is in het verbeteren van de opvoedingsvaardigheden en het versterken van competentiegevoelens van ouders. Een beschrijving van belangrijke begrippen binnen de opvoedingsondersteuning en een inhoudelijke toelichting van het Triple P programma nemen in dit boek een grote plaats in. Opvoedingsondersteuning onderzocht is bestemd voor een breed publiek en zal zowel mensen die werkzaam zijn in de jeugdhulpverlening als geïnteresseerden in de opvoeding van kinderen aanspreken.
Video-hometraining (VHT) wordt door sommigen gepresenteerd als een volstrekt nieuwe methodiek binnen de jeugdhulpverlening. De theoretische kaders van VHT zijn echter ontleend aan reeds lang bestaande communicatietheorieën, aan de ethologie en aan de sociale leertheorie. Het unieke aan VHT is het gebruik van videobeelden om ouders meer inzicht te geven in de manier waarop zij met hun kind omgaan.In dit boek wordt aan de hand van praktijkonderzoek bij de Stichting Jeugdzorg Nijmegen e.o. aangetoond dat VHT leidt tot verbetering van de communicatie tussen ouders en kinderen én tot vermindering van gedragsproblemen bij kinderen. Het is volgens de auteurs echter alleen zinvol VHT in te zetten als een verstoorde communicatie tussen ouders en kinderen ten grondslag ligt aan de problemen in een gezin. Is dat het geval, dan kan VHT als zelfstandige methodiek worden ingezet. VHT is echter geen Haarlemmerolie voor de oplossing van vele andere problemen die zich in een gezin kunnen voordoen. De meeste VHT-ers zullen om die reden primair maatschappelijk werker of gezinsverzorger zijn, die alleen dan van VHT gebruik maken als problemen samenhangen met vastgelopen communicatie tussen ouders en kinderen in het gezin.Door de systematische opbouw - beschreven worden de ontstaansgeschiedenis, de uitgangspunten, werkwijze en doelgroep van VHT - en het onderzoek geeft het boek een helder beeld
Uit de krant weten we dat het nogal eens mis gaat met de hulp aan kinderen en jeugdigen in Nederland. Het betreft situaties waarbij sprake is van ernstige opvoedings- of ontwikkelingsproblemen, die niet tijdig zijn onderkend, en waarbij de betrokken hulpverleners langs elkaar heen blijken te werken. Vaak met negatieve consequenties voor de betrokken jeugdigen en hun ouders, soms met zeer ernstige gevolgen. In dit boek wordt beschreven hoe het beter kan. Het boek legt in eenvoudige termen uit wat de aard en inhoud is van de belangrijkste opvoedings- en ontwikkelingsproblemen bij kinderen en jeugdigen (en hun ouders). En wat daaraan te doen valt. Voor elk soort probleem wordt een samenhangend programma beschreven, waarbinnen alle betrokken hulpverleners samenwerken. In totaal gaat het om een kleine twintig programma’s, bijvoorbeeld voor: gezinnen in crisis kinderen waarvan de ouders gaan scheiden sociaal onhandige kinderen drukke kinderen/kinderen met ADHD depressieve kinderen en jeugdigen kinderen en jeugdigen met ernstige eetproblemen randgroepjongeren met (dreigend) delinquent gedrag Dit boek kan ouders en hun kinderen helpen als ze hulp zoeken bij opvoedings- of ontwikkelingsproblemen. Het is in eerste instantie geschreven als gids voor gebruikers. Huisartsen en andere hulpverleners in de eerstelijn kunnen de teksten van de verschillende programma’s gebruiken om hun cliënten te informeren over de hulp die mogelijk is bij hun probleem. Het boek kan ook gebruikt worden door hulpverleners in de jeugdhulpverlening en de jeugd-ggz als een checklist voor wat er bij concrete opvoedings- en ontwikkelingsproblemen aan samenhangende hulp beschikbaar moet zijn. Opleidingen voor hulpverleners in de jeugdzorg kunnen veel aan het boek hebben omdat het een goed overzicht geeft van hoe de jeugdzorg (bureau jeugdzorg, jeugdhulpverlening, jeugd-ggz) in elkaar zit, wat de meest voorkomende opvoedings- en ontwikkelingsproblemen zijn en wat voor hu
Het opvoeden van kinderen staat de laatste jaren sterk in de belangstelling. Aandacht is er voor problemen waarmee ouders in de opvoeding geconfronteerd worden. Deze kunnen variëren van slaap- of eetproblemen bij peuters, tot alcohol- of drugsverslaving bij pubers. Opvoeden gaat blijkbaar niet vanzelf. Ouders stellen vragen over opvoeding aan elkaar, aan vrienden en aan de professionals om hen heen: de huisarts, de leerkracht of de begeleider in de kinderopvang. Soms is dit echter niet voldoende en hebben ouders specifieke opvoedingsondersteuning nodig. In Opvoedingsondersteuning als bijzondere vorm van preventie wordt beschreven waarom en in welke situatie ondersteuning bij de opvoeding nodig is, en hoe je deze ondersteuning als professional kunt bieden. De theoretische uitgangspunten staan daarbij centraal. Een belangrijke plaats is ingeruimd voor het signaleren van mogelijke problemen en de analyse ervan. Verder worden de methoden en programma’s in groepsgerichte, individuele, informele en geïndiceerde opvoedingsondersteuning belicht. Ten slotte is er speciale aandacht voor de relatie tussen pedagogisch adviseren en de jeugdhulpverlening: waar houdt de opvoedingsondersteuning op en begint de hulpverlening?Op de website bij deze uitgave worden opdrachten aangeboden.Opvoedingsondersteuning als bijzondere vorm van preventie is bedoeld voor studenten social work en pedagogiek, en voor professionals in de jeugdzorg en -hulpverlening. Marga Burggraaff-Huiskes is ontwikkelingspsycholoog en werkzaam op freelancebasis. Voorheen was zij werkzaam bij K2 Brabants kenniscentrum jeugd. Geraldien Blokland is pedagoog en verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) in Utrecht.
Het orthopedagogisch handelen en de systematiek ervan zijn een zaak van groot belang voor de jeugdhulpverlening en jeugdzorg. In het bijzonder in relatie tot de opvoeders van kinderen die voor hulpverlening of zorg in aanmerking komen, is een duidelijke (ortho)pedagogische visie onontbeerlijk. Zo'n visie wordt in dit boek gepresenteerd met betrekking tot de hulpverlening aan kinderen met stoornissen in de psychische ontwikkeling, gedragsstoornissen en emotionele stoornissen.Er wordt een handelingssystematiek besproken waarin een orthopedagogisch gezichtspunt geïntegreerd is met een kinderpsychiatrische en een psychologische optiek. Als classificatie van stoornissen wordt de DSM-IV gebruikt.De handelingssystematiek wordt geïllustreerd aan de hand van 14 casussen, waarin diagnostiek, classificatie en behandeling uitvoerig aan de orde komen. Ook wordt de voorgestelde handelingssystematiek gerelateerd aan andere behandelingsmodellen uit de jeugdhulpverlening.De orthopedagogische profilering in dit boek van de jeugdhulpverlening sluit aan op het baanbrekende werk van J.F.W. Kok uit de jaren zeventig en tachtig. Anders dan bij Kok wordt de orthopedagogiek niet beschouwd als een afzonderlijke discipline naast andere disciplines, maar als onderdeel van een interdiscipline geïntegreerd met psychologie en kinderpsychiatrie.Hiermee wordt de lezer een instrument geboden om niet alleen theorie en praktijk in het eigen handelen te integreren, maar ook de verschillende disciplines die voedingsbodem zijn voor dit handelen.Als inleidend werk is het boek hiermee zeer geschikt voor gebruik in opleidingen met betrekking tot diverse aspecten van jeugdzorg.
Het kind in crisis is een maatschappelijk verschijnsel van alle tijden dat recentelijk weer veel belangstelling van de media krijgt, met name op het gebied van kindermishandeling en de rol van de jeugdhulpverlening. EÚn van de dilemma's van de jeugdzorg is wanneer een interventie door de overheidin een opvoedingssituatie gerechtvaardigd is. Het adagium luidt immers: zo min mogelijk, zo licht mogelijk, zo kort mogelijk. Maar te laat ingrijpen kan gevaarlijk zijn en in sommige gevallen, zoals in de veelbesproken zaak Savanna, de dood tot gevolg hebben. Een beslissing van de kinderrechter, waarbij al dan niet een jeugdbeschermingsmaatregel wordt opgelegd, kan dus verstrekkende gevolgen hebben voor het welzijn en de ontwikkeling van een kind. In dit licht is het niet verwonderlijk dat hierbij regelmatig advies wordt ingeroepen van deskundigen op het gebied van de gedragswetenschappen, jeugdpsychologie dan wel psychiatrie. Kind in crisis is tot stand gekomen naar aanleiding van het afscheid van mr. Anita Leesser-Gassan. Zij was jarenlang als kinderrechter en teamvoorzitter van de jeugdunit verbonden aan de rechtbank Amsterdam. Door de juridische en gedragswetenschappelijke inbreng wordt het onderwerp 'kind in crisis' in dit boek vanuit een breed perspectief belicht en is daarom van belang voor een ieder die (beroepsmatig) met jeugdigen en opvoeders te maken heeft: juristen, jeugdhulpverleners en zij die werkzaam zijn in de jeugdgezondheidszorg.
De organisatie van de jeugdhulpverlening in Vlaanderen is complex. In de doolhof van diensten en voorzieningen vinden zowel ouders als professionelen vaak hun weg niet. Bovendien is het veld voortdurend in beweging en volgen nieuwe ontwikkelingen elkaar in snel tempo op. In dit handboek brengen de auteurs de actuele organisatie van de jeugdhulpverlening in Vlaanderen in kaart. Ze beschrijven op een systematische en bevattelijke manier de verschillende zorgsectoren: de preventieve zorg, het onderwijs, de Bijzondere Jeugdbijstand, de zorg voor personen met een handicap, enzovoort. Ook gaan ze in op belangrijke sectoroverschrijdende actuele thema’s: inclusief onderwijs, interculturalisering van de hulpverlening en integrale jeugdhulp.Dit handboek wil allen die beroepshalve met de jeugdhulpverlening in contact komen (hulpverleners in de eerstelijnszorg, paramedici, leerkrachten, beroepsopvoeders) of erin werkzaam zijn (orthopedagogen, psychologen, maatschappelijk werkers, artsen, verpleegkundigen, schoolhoofden, enz.) wegwijs maken in de doolhof van de hulpverlening. Ten slotte kan het als handboek worden gebruikt in universitaire opleidingen en aan hogescholen in Vlaanderen.
"Dit boek gaat onder meer over de zevenjarige Bryan, die seksueel misbruikt is door zijn vader. Over de negenjarige Oumou die met haar familie het oorlogsgeweld in een Afrikaans land ontvlucht en daarbij haar moeder verliest en over de zesjarige Thomas die een pijnlijke chemokuur heeft moeten doorstaan. Bryan, Oumou en Thomas hebben het vertrouwen in anderen en in zichzelf verloren. Hun levensplezier, optimisme, nieuwsgierigheid en veerkracht zijn verdwenen. Het zijn drie met ‘stomheid geslagen’ kinderen die niet kunnen praten over wat hen is overkomen, omdat ze te jong zijn, een verstandelijke beperking hebben, (te) loyaal zijn aan hun ouders of omdat hetgeen ze overkomen is gewoonweg te overweldigend is. Wat ze alle drie wél kunnen is spelen. In hun spelverhalen komen verraad en onbegrip tot uiting, maar ook woede, verdriet, angst en machteloosheid. Psychotherapie met behulp van spel biedt een mogelijkheid deze kinderen te helpen. Spel is hun taal. En als er taal is, kan er gecommuniceerd worden en is hulp mogelijk.'Spel in psychotherapie gaat' in op de betekenissen van de spelsymboliek: hoe is spel te doorgronden en te begrijpen? Op speltechnieken: hoe doe je het? Op behandelkaders: hoe kan er samengewerkt worden met ouders? Al deze aspecten worden in vele diagnostische en therapeutische voorbeelden toegelicht. Bovendien komt de wetenschappelijke fundering aan bod: de speltheorie en het onderzoek naar de effectiviteit van spelpsychotherapie.De uitgave is primair geschreven voor kinderpsychotherapeuten, kinderpsychiaters, klinisch psychologen, Gz-psychologen en vaktherapeuten; voor hen is het een handboek. Ook zij die betrokken zijn bij de zorg voor het welzijn van kinderen binnen de GGz, de jeugdhulpverlening en het onderwijs – behandelverantwoordelijken, orthopedagogen, leerkrachten en beleidsmakers – zullen in dit boek veel van hun gading vinden."
Dit boek bevat het sociaal-cognitieve interventieprogramma Zelfcontrole,het resultaat van vele jaren onderzoek naar de best passende behandelmethodevoor kinderen met agressief en oppositioneel gedrag. Theoretisch onderbouwd,in de praktijk getoetst (evidence based) en buitengewoon actueel gezien deaandacht voor agressie in de media. Bovendien bevat deze herziening de meestrecente resultaten van het effectenonderzoek dat Teun van Manen over agressieen oppositioneel gedrag bij kinderen heeft uitgevoerd.Zelfcontrole gaat uitgebreid in op het sturen, begeleiden en coachen vankinderen in het zich eigen maken van zelfcontrole over wat zij voelen, denkenen doen. Het aanleren van zelfcontroletechnieken heeft niet alleen als doel datdeze kinderen minder agressief gedrag gaan vertonen, maar zorgt er tevensvoor dat zij zich een algemene manier van probleem oplossen eigen maken.Dit praktische boek is bij uitstek bedoeld voor medewerkers in de GGz,de jeugdhulpverlening, de HALT-bureaus en het onderwijs.
Door de jaren heen zijn moeilijk lerende kinderen, zwakbegaafde kinderen of licht verstandelijk gehandicapte kinderen door de maatschappij en de zorg gedefinieerd op basis van negatieve kenmerken. In dit boek voert neuropsycholoog Albert Ponsioen een warm pleidooi voor meer maatwerk in de zorg, waarbij er wordt gekeken naar zowel de sterke als de zwakke vaardigheden van deze groep bijzondere kinderen In het eerste deel van Een kind met mogelijkheden wordt ingegaan op de gangbare manier van kijken naar deze groep. Zo komen de pogingen aan bod om de problematiek van deze kinderen in definities en beschrijvingen te vangen. In het tweede deel wordt met andere ogen naar deze groep kinderen gekeken. Er worden suggesties gedaan om hun problematiek beter in beeld te brengen; beter weten wat een kind wel en niet kan maakt het mogelijk om de begeleiding en behandeling beter op maat te krijgen. Het boek wordt afgesloten met handige adressen en websites.In dit boek komt naast Ponsioen Daan Pellini aan het woord. Daan woont en werkt al meer dan 10 jaar begeleid zelfstandig in Amsterdam. Als ervaringsdeskundige illustreert hij het pleidooi van Ponsioen met concrete voorbeelden. Samen vertegenwoordigen zij de beide kanten van de zorg: hulpvrager en hulpbieder.Een kind met mogelijkheden is geschreven voor iedereen die persoonlijk of beroepsmatig te maken heeft met kinderen die licht verstandelijk gehandicapt zijn: professionals binnen onderwijsbegeleidingsdiensten, de LVG-zorg, orthopedagogische behandelcentra en de jeugdhulpverlening, ouders en leerkrachten.
“Door te lezen over zowel de schade als de veerkracht en het vermogen tot herstel, is de bundle motiverend en brengt het je hoopvol in beweging.” Th se Evers, docent zeden Faculteit Bijzondere Politiekunde en Leiderschap, Politie Academie, Apeldoorn.“Dijkstra heeft aandacht voor de meerduidigheid van posities en processen; het gaat niet om dader of slachtoffer, om vader of dader van geweld, om vergeven of vergelden, maar om elkaar afwisselende en soms tegelijkertijd plaatsvindende processen. Het begrip veerkracht als dynamisch ontwikkelingsproces sluit hier naadloos op aan.” Mr dr katinka L nnemann, senior onderzoeker Verwey-Jonker instituut en lector veiligheid en Recht Avans, Hogeschool Brabant.“Om ooit af e kunnen rekene met de schadelijke gevolgen voor kinderen van huiselijk geweld, moeten we ons ook verdiepen in ouderschap. Hiervoor geeft de bundle een aantal aanknopingspunten, Dit boek gaan we ongetwifeld gebruiken in de aansturing en begeleding van ouder-kind begeleiders in de opvang aan mishandelde vrouwen en kinderen.” Drs. Gerie van Maanen, orthopedagoog, Toevluchtsoord Groningen.Hoe gaan kinderen, volwassenen en professionals met geweld en verwaarlozing in gezinnen om? Wat valt er teleren uit de aanpak in de praktijk? Geweld en veerkracht in gezinnen gaat in op deze vragen en biedt een blikverruimend kader. Het geeft professionals steun bij hun dagelijkse werk met huiselijk geweld door hen van relevante achtergrondkennis te voorzien. De bundle is ook belangrijk voor degene die met geweld in gezinnen te maken hebben zoals beleidsmakers en wetenschappers en leent zich prima als studieboek voor beroepsopleidingen en schooling.De auteur Sietske Dijkstra is psycholoog en heeft al ruim 20 jaar expertise in geweld binnen relaties. Ze promoveerde aan de Universiteit van Utrecht en leidt sinds 1998 haar eigen bedrijf. Ze verzorgt schooling, onderzoek en advies bij o.a. Bureaus jeugdzorg (BJZ), opvang, geestelijke gezondheidszorg (ggz), ggd, jeugdhulpverlening,
"Groepsteams vervullen in de residentiële en de semi-residentiële jeugdhulpverlening een belangrijke kernfunctie. De pedagogisch medewerkers die gezamenlijk het groepsteam vormen, zijn verantwoordelijk voor een succesvolle opvoeding en behandeling van de jeugdigen en voor een efficiënte samenwerking met de ouders. Groepsteams zijn samengesteld uit pedagogisch medewerkers die per definitie van elkaar verschillen, wat de samenwerking er niet eenvoudiger op maakt. Goede teamsamenwerking moet geleerd worden!Dit boek beschrijft op praktische wijze een integratief trainingsmodel waarmee het teamfunctioneren kan worden verbeterd. Onderdelen van dit trainingsmodel zijn doelgericht werken, feedbackprocessen stimuleren, de diversiteit van de pedagogisch medewerkers centraal stellen en functionele besluitvormingsprocessen leren. Het model is wetenschappelijk op zijn effectiviteit onderzocht en de onderzoeksresultaten hebben de werking ervan bevestigd.Het boek is bestemd voor professionele pedagogisch medewerkers, diegenen die daarvoor worden opgeleid en alle functionarissen die betrokken zijn bij teamprocessen.Uit de inhoud1. VAN AMBACHT NAAR TEAMSAMENWERKING 1.1 Inleiding1.2 Historische schets over de organisatie van de arbeid in het bedrijfsleven 1.3 Historische schets over de organisatie van de arbeid in de residentiële jeugdhulpverlening1.4 De pedagogisch medewerker1.5 Sturingscriteria 1.6 Onderzoek naar de verbetering van het teamfunctioneren 2. HET ONDERZOEK 2.1 De aanleiding 2.2 Het onderzoeksmodel2.3 De vragenlijsten 2.4 De organisatie van het onderzoek 3. INTRODUCTIE VAN DE INTEGRATIEVE TEAM-TRAINING 3.1 Inleiding 3.2 De algemene systeemtheorie 3.3 De communicatietheorie 3.4 De diversiteit van de pedagogisch medewerkers 3.5 De positie van de trainer 3.6 De functie van het rollenspel 4. DE SYSTEEM- EN DE COMMUNICATIETHEORIE 4.1 Trainingsonderdeel: de systeemt
Dit boek introduceert een nieuw perspectief in de psychotherapie: de narratieve benadering. In deze benadering poogt de hulpverlener de verbeelding aan het woord te laten en, om met Kundera te spreken, 'landschappen te betreden die ontoegankelijk zijn voor het rationele denken': hartstocht, verlangen, wanhoop, onmacht, angst, woede, liefde en seksualiteit. De hulpverlener maakt daarbij gebruik van zijn 'narratieve weten': hij begint te vertellen om het onbekende een plaats te geven en met vreemde vertrouwd te raken, en maakt op die manier existentiële en psychologische vraagstukken zowel voor de cliënt als voor zichzelf beter hanteerbaar. Immers, de mens is niet alleen homo sapiens maar ook homo fabulans, verteller van verhalen. De auteurs beschrijven de werkelijkheid als een vertelde werkelijkheid. In hun theoretische verantwoording maakt de lezer onder meer kennis met ideeën uit het constructivisme, met het differntiedenken uit de Franse filosofie, met het begrip 'dissociatie' uit de hypnotherapie en met tekstanalyse en -interpretatie uit de literatuurwetenschap. Zij ontwikkelen vervolgens een model waarin het narratieve ook in de staf- en cliëntbesprekingen aan het woord kan komen: het team als therapeutisch medium. Een betoog over narratieve strategieën komt natuurlijk niet tot zijn recht zonder verhalen. In dit boek nemen voorbeelden en verhalen uit de praktijk van psychiatrie, psychotherapie en kinder- en jeugdhulpverlening dan ook een prominente plaats in.
Over het boek:Groepsleiding negeert te veel, straft te vaak en te snel en komt vaak met de cliënt in een negatieve gedragsspiraal terecht, wordt vaak gemeend.Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliënten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiële zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliënten?Over de auteur(s):Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoördinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.
Jeugd en recht biedt een uitstekend overzicht van de geldende bepalingen op het terrein van jeugdrecht, jeugdbescherming en bestaande vormen van jeugdhulpverlening. Uitgangspunt is het ‘probleemloze’ kind. Als dit kind echter in moeilijkheden komt, heeft het bijzondere zorg nodig. Hieraan, en aan de juridische status van deze kinderen, besteden de auteurs aparte aandacht. De justitiële jeugdzorg, het civiele kinderrecht, het jeugdstrafrecht en het jeugdstrafprocesrecht komen hierbij aan de orde. Ook worden niet-justitiële, vrijwillige hulpverlening en de op dat gebied werkzame instanties behandeld.
"In de jeugdhulpverlening staat samenwerking met het gezin centraal. In dit boek wordt, voor diegenen die werkzaam zijn in de jeugdhulpverlening of voor een beroep in de jeugdhulpverlening worden opgeleid, een model aangereikt om zich te bekwamen in de professionele ouderbegeleiding. De systeemtheorie en de communicatietheorie dienen als theoretisch kader en deze theorieën worden op een praktische wijze aan de orde gesteld. Het boek geeft aandacht aan de positie van de hulpverlener die door oudergesprekken onderdeel wordt van het hulpverleningssysteem. De jeugdhulpverlening ontleent haar bestaansrecht aan het realiseren van haar doelstelling; hulpverlening aan jeugdigen en hun ouders. Om de effectiviteit van de hulpverlening te verbeteren moet er doelgericht worden gewerkt. Aan dit belangrijke aspect wordt bijzondere aandacht besteed. Fundamentele basisattitudes voor hulpverleners worden besproken evenals andere belangrijke vaardigheden die hulpverleners zich eigen moeten maken. Specifieke aandacht wordt geschonken aan oudergesprekken met allochtone gezinnen. Het boek is een praktijkboek en het is bestemd voor hulpverleners in de residentiële, de semi-residentiële en de ambulante jeugdhulpverlening. Tevens is het een bruikbaar leerboek voor de Sociaal Pedagogische opleidingen.Dr. Jo Weijenberg heeft een jarenlange ervaring in de jeugdhulpverlening. In de laatste jaren heeft hij met zijn vakboeken een bijdrage geleverd aan het professionaliseren van de jeugdhulpverlening, in het bijzonder de residentiële hulpverlening. In zijn boeken demonstreert Weijenberg dat hij een praktijkman is en dat hij door zijn heldere uiteenzettingen en praktische voorbeelden belangrijke en moeilijke onderwerpen voor hulpverleners toegankelijk en toepasbaar maakt."
"De kwaliteit van de residentiële jeugdhulpverlening wordt in belangrijke mate bepaald door het functioneren van de groepsteams. Onderzoek naar de aspecten die bepalend zijn voor het teamfunctioneren is een nog onontgonnen terrein. Dit geldt eveneens voor het onderzoek van trainingsmodellen waarmee het teamfunctioneren kan worden verbeterd.In dit boek worden belangrijke teamaspecten op een inzichtelijke wijze geanalyseerd en geoperationaliseerd. De auteurs presenteren een model om het teamfunctioneren te verbeteren: de integratieve teamtraining. Ze hebben ook de effectiviteit van deze teamtraining onderzocht. De onderzoeksresultaten bevestigen de positieve werking van het traingsmodel en ondersteunen de planmatige en systematische investering in het functioneren van groepsteams.Het boek is bestemd voor de professionals in de jeugdhulpverlening die betrokken zijn bij teamprocessen.Groepsteams in de residentiële jeugdhulpverlening1. INLEIDING 1.1 De aanleiding tot het onderzoek 1.2 Het groepsteam als object van studie 1.3 De opzet van het boek 2. HET FUNCTIONEREN VAN HET GROEPSTEAM ALS KERN VAN OPVOEDING EN BEHANDELING: EEN PRAKTIJKVERKENNING2.1 Redenen voor kwaliteitsverbetering in de residentiële jeugdhulpverlening2.2 Residentiële jeugdhulpverlening; een maatschappelijke realiteit 2.3 Het groepsteam als kernfunctie in de organisatie van de residentiële jeugdhulpverlening2.4 Het functioneren van het groepsteam in de praktijk 2.5 Problematische aspecten van het teamfunctioneren die verbetering behoeven3. PLAN VAN AANPAK 3.1 De doelgroep 3.2 Het integratieve trainingsmodel 3.3 De praktische toepassing van de integratieve teamtraining 3.4 De evaluatie 4. THEORETISCH KADER VAN HET ONDERZOEK 4.1 Kerngedachten en definiëring 4.2 Het probleemoplossend vermogen 4.3 De besluitvorming 4.4 De doelgerichtheid 4.5 De cliëntgerichtheid4.6 De ontwikkelingsgerichtheid
Ik wil gewoon dat jullie zorgen dat de school niet meer naar ons toekomt! Als mijn zoon lastig is, mogen ze hem slaan.’Dit voorval uit de praktijk waarbij de hulpverlener niet aan de hulpvraag kon voldoen gaf de aanleiding tot het schrijven van dit boek. De auteur zet eerst het vraaggericht werken af tegen het diagnostische model. Er blijken zwaarwegende argumenten te zijn om vraaggericht te werken. Het praktijkonderzoek bij het Afra Boddaert PPI meet of er vraaggericht gewerkt wordt en in hoeverre dit verbeterd kan worden. Er komen ouders aan het woord over hun hulpvraag, de door hen beleefde oorzaak van de problemen en de mogelijke oplossingen. Door de zorgvuldige wijze van interviewen komen gedachten van ouders naar voren die vaak ongezegd blijven. Zo blijken veel ouders de problemen te wijten aan genetische kenmerken. Geloven zij dan nog wel in verandering? De resultaten van het onderzoek geven aanleiding om het vraaggericht werken zoals dat nu bekend is eens onder de loep te nemen. Vraag of aanbod in de jeugdhulpverlening is een boek voor iedereen die werkt bij een hulpverleningsinstelling waar vraaggericht gewerkt moet worden, maar merkt dat dit niet eenvoudig is. Dit boek geeft concrete aanwijzingen om het vraaggericht werken in de praktijk te verbeteren.
FILOSOFEREN MET KINDERENOver verhalen uit de hele wereld. Over grote waarden in het klein.Een verhalenboek met praatpapieren voor iedereen die met kinderen werkt.De verhalen in dit boek nodigen uit om te filosoferen met kinderen. Ze vertellen ons met ernst en humor over de grote waarden in het leven. De oorsprong van de verhalen is te vinden in alle culturen; ze behandelen universele thema's, zoals geluk, liefde, vriendschap, vrede, vrijheid, respect en gelijkheid.Elk verhaal is voorzien van een praatpapier waarin de kerngedachte, de kernwaarden en de onderliggende thema's zijn uitgewerkt. Samen met een aantal open vragen maken de praatpapieren het beleven van het verhaal nog intenser. De open vragen bevorderen kinderen tot zelf denken, eigen vragen stellen, en het vinden van eigen antwoorden.Kortom, een boek met verhalen die helpen bij groeien en wijzer worden. Dit boek is voor mensen uit het onderwijs, jeugdhulpverlening, ouders, of anderen die met kinderen werken.
"Deze grondig aangepaste derde druk van ‘Professionals in de beleidsarena’ besteedt ruim aandacht aan de veranderende rol van professionals in welzijnswerk, onderwijs en de zorg. Zowel het onderwijs (bijvoorbeeld in de opvang) als de zorg (binnen de Wet op de collectieve preventie volksgezondheid (WCPV)) liggen dicht tegen welzijn aan, waardoor professionals uit deze gebieden elkaar steeds vaker ontmoeten. Daarnaast leeft meer en meer de overtuiging dat moderne sociale problemen vooral contextgebonden zijn. Deze problemen hebben voornamelijk te maken met de leefbaarheid in wijken en buurten, met de sociale samenhang en met de zorg die professionals kunnen bieden. Om beter met lokale problemen om te gaan is het belangrijk mensen mee te laten praten. De wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is een gevolg van deze gedachte. Deze wezenlijke veranderingen hangen samen met algemene maatschappelijke ontwikkelingen; mensen zijn mondiger en verlangen kwaliteit en de overheid wil haar betrekkingen met de burgers verbeteren. In deze arena opereert een andere professional, een professional die tussen lokale beleidsmakers, specialisten en groepen burgers als spin in het web opereert. Hij begeleidt burgers bij het beïnvloeden van beleid. Welzijnswerkers spelen in die voorhoede een belangrijke rol. ‘Professionals in de beleidsarena’geeft de (aanstaande) beroepskracht inzicht in beleids-processen en verkent de arena’s waar beleid gemaakt of beïnvloed wordt. Het geeft daarbij tal van methodische handreikingen. Een vijftiental praktische checklists zijn met dat doel opgenomen. Het boek is tot steun voor diegenen die leren en werken in het sociaal-cultureel werk, het opbouwwerk, de maatschappelijke opvang, de zorg, de preventie, het kinderwerk, de sport, het algemeen maatschappelijk werk en de jeugdhulpverlening.Marian ter Haar is lid van het managementteam van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen. Hiervoor was ze onder andere manager in het opbouwwerk in Utrecht, docent aan de
Dit boek gaat onder meer over de zevenjarige Bryan, die seksueel misbruikt is door zijn vader. Over de negenjarige Oumou die met haar familie het oorlogsgeweld in een Afrikaans land ontvlucht en daarbij haar moeder verliest en over de zesjarige Thomas die een pijnlijke chemokuur heeft moeten doorstaan. Bryan, Oumou en Thomas hebben het vertrouwen in anderen en in zichzelf verloren. Hun levensplezier, optimisme, nieuwsgierigheid en veerkracht zijn verdwenen. Het zijn drie met stomheid geslagen kinderen die niet kunnen praten over wat hen is overkomen, omdat ze te jong zijn, een verstandelijke beperking hebben, (te) loyaal zijn aan hun ouders of omdat hetgeen ze overkomen is gewoonweg te overweldigend is. Wat ze alle drie wél kunnen is spelen. In hun spelverhalen komen verraad en onbegrip tot uiting, maar ook woede, verdriet, angst en machteloosheid. Psychotherapie met behulp van spel biedt een mogelijkheid deze kinderen te helpen. Spel is hun taal. En als er taal is, kan er gecommuniceerd worden en is hulp mogelijk. 'Spel in psychotherapie gaat' in op de betekenissen van de spelsymboliek: hoe is spel te doorgronden en te begrijpen? Op speltechnieken: hoe doe je het? Op behandelkaders: hoe kan er samengewerkt worden met ouders? Al deze aspecten worden in vele diagnostische en therapeutische voorbeelden toegelicht. Bovendien komt de wetenschappelijke fundering aan bod: de speltheorie en het onderzoek naar de effectiviteit van spelpsychotherapie. De uitgave is primair geschreven voor kinderpsychotherapeuten, kinderpsychiaters, klinisch psychologen, Gz-psychologen en vaktherapeuten; voor hen is het een handboek. Ook zij die betrokken zijn bij de zorg voor het welzijn van kinderen binnen de GGz, de jeugdhulpverlening en het onderwijs behandelverantwoordelijken, orthopedagogen, leerkrachten en beleidsmakers zullen in dit boek veel van hun gading vinden.
"'Behandelend trainen' beschrijft drie behandelprogramma’s − sociale vaardigheidstraining, cognitieve vaardigheidstraining en agressieregulatietraining − gericht op het verbeteren van sociale en cognitieve vaardigheden bij kinderen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ADHD en PDDNOS. De term behandelprogramma verwijst daarbij naar het behandelende karakter van de trainingen. Daarin ligt ook het verschil met andere boeken over vaardigheidstrainingen: in deze uitgave zijn de geprotocolleerde behandelingen ingebed in het totale behandelplan van het individuele kind. Kern hierbij is het actief betrekken van ouders en leerkrachten bij de behandeling om generalisatie van het geleerde naar het handelen in de dagelijkse situatie te bevorderen. Alle drie de vaardigheidstrainingen worden apart beschreven, van de theoretische verantwoording tot en met de praktische uitvoering. De cd-rom bevat het per behandelprogramma gerubriceerde, printklare werkmateriaal, bestaande uit een draaiboek voor de trainers, de oefenmap voor het kind en een ondersteuningsmap voor ouders en de leerkracht. Daardoor zijn de behandelprogramma’s direct bruikbaar in de eigen praktijk. Het gebruik ervan is echter alleen mogelijk met gedegen kennis van het beschreven cognitieve gedragstherapeutische kader van technieken en procedures die worden toegepast in de trainingen. 'Behandelend trainen' is geschreven voor (GZ-)psychologen, (ortho-)pedagogen, psychotherapeuten, kinder- en jeugdpsychiaters, gedragstherapeutisch medewerkers actief binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie, de jeugd-GGZ en/of Jeugdhulpverlening, vrijgevestigde psychologen en pedagogen en medewerkers in het onderwijs."
ALLEEN VOOR JONGENSJoost is 11 jaar en er gebeurt van alles in zijn leven. Zijn vader gaat voor een half jaar naar Amerika, met zijn vrienden richt hij een club op om mysteries op te lossen en de kantine van zijn voetbalclub brandt af. Ondertussen verandert er ook van alles bij hem zelf: Joost wordt een puber! Over al die spannende dingen e-mailt hij met zijn vader en jij mag hun e-mailtjes lezen (voor dese ene keer!).Natuurlijk is Joost niet de enige jongen die in de puberteit komt. Als jij ongeveer tussen de 10 en 13 jaar bent, kun je van dit boek veel leren. Wat staat jou allemaal te wachten? Wat gaat er gebeuren met je lichaam als je tiener wordt? Waarom lijken meisjes ineens veel anders dan een paar jaar geleden? Hoe komt het dat je relatie met je ouders, en eigenlijk je hele leven verandert? Waarom is die puberteit eigenlijk nodig en wat heeft de Here God hiermee te maken? Naast de e-mailtjes krijg je uitleg over de dingen die Joost bezighouden en die ook voor jou belangrijk zijn.Leef mee met Joost, dan ben jij voorbereid op je puberteit.Drs. Judith Janssen-van den Barg (1969) is afgestudeerd in de ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze heeft gewerkt in de jeugdhulpverlening en is moeder van drie kinderen in de leeftijd 5-11 jaar.
Alleen voor meisjesDit is het dagboek van Hannah. Eindelijk een dagboek dat je mag lezen!Hannah is een meisje van 10 jaar en zeker geen klein kind meer. In dit boek lees je over haar belevenissen, want er gebeurt van alles. Hannah is bezig puber te worden en dat is heel spannend!Maar Hannah is natuurlijk niet het enige meisje dat in de puberteit komt. Als jij tussen de 9 en 12 jaar bent, kun je van dit boek veel leren. Wat staat jou allemaal te wachten? Wat gaat er gebeuren met je lichaam als je tiener wordt? Hoe verandert je leven, je relatie met je ouders en hoe voel je je dan? Waarom is die puberteit eigenlijk nodig en wat heeft de Here God hiermee te maken? Naast Hannahs dagboek krijg je uitleg over de dingen die haar bezighouden en die ook voor jou belangrijk zijn. Leef mee met Hannah, dan ben jij voorbereid op je puberteit.Drs. Judith Janssen-van den Barg (1969) is afgestudeerd in de ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit in Njimegen. Ze heeft gewerkt in de jeugdhulpverlening en is moeder van drie kinderen in de leeftijd 5-11 jaar.
De orthopedagogiek als wetenschap is in Nederland zo'n vijftig jaar oud. Maar oud of jong, de orthopedagoog is niet meer weg te denken uit een reeks van maatschappelijke sectoren waar men zorg heeft voor problemen van kinderen en opvoeders: de jeugdhulpverlening, de jeugdbescherming, de jeugdgezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en het speciaal onderwijs. Vijftig jaar lang is er aandacht geweest voor de verhouding tussen wetenschap en praktijk en is er gewerkt aan de kwaliteit van orthopedagogi
Hoe herken je de behoeftes van een puber? Hoe kom je hierover met hem of haar in gesprek? Hoe kun je je als volwassene werkelijk verbinden met pubers op een manier die hun helpt in hun groei naar volwassenheid? Hierover gaat Pubers van nu. Het boek biedt praktische handvatten tips en wetenswaardigheden ook voor contacten met pubers met een nietwesterse achtergrond. Iedereen kan met dit boek direct aan de slag.Pubergedrag leidt vaak tot vragen en soms ook tot problemen. Veel van dit gedrag is te verklaren uit de ontwikkelingen die puberhersenen doormaken tijdens de puberteit is bijvoorbeeld het gebied in de hersenen dat emoties reguleert nog volop in ontwikkeling. Dit is een van de factoren die de puberteit tot een heftige periode in het leven kunnen maken.Voor een evenwichtige ontwikkeling van pubers is het belangrijk dat zij begeleid en ondersteund worden door volwassenen. Dit vraagt van volwassenen dat ze zich verdiepen in pubers hoe denken zij? Hoe ervaren pubers de wereld om hen heen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden zullen veel volwassenen bovendien in het besef dat puberhersenen anders werken hun eigen denkkaders moeten loslaten.Dit boek is geschreven voor iedereen die met pubers werkt en omgaat zowel professionals in de jeugdhulpverlening en het onderwijs als ouders. Verder biedt dit boek ook vele handvatten voor politie justitie vervoersbedrijven de middenstand en bedrijven waar pubers stagelopen of vakantiewerk doen.
FILOSOFEREN MET KINDERENOver verhalen uit de hele wereld. Over grote waarden in het klein.Een verhalenboek met praatpapieren voor iedereen die met kinderen werkt.De verhalen in dit boek nodigen uit om te filosoferen met kinderen. Ze vertellen ons met ernst en humor over de grote waarden in het leven. De oorsprong van de verhalen is te vinden in alle culturen; ze behandelen universele thema's, zoals geluk, liefde, vriendschap, vrede, vrijheid, respect en gelijkheid.Elk verhaal is voorzien van een praatpapier waarin de kerngedachte, de kernwaarden en de onderliggende thema's zijn uitgewerkt. Samen met een aantal open vragen maken de praatpapieren het beleven van het verhaal nog intenser. De open vragen bevorderen kinderen tot zelf denken, eigen vragen stellen, en het vinden van eigen antwoorden.Kortom, een boek met verhalen die helpen bij groeien en wijzer worden. Dit boek is voor mensen uit het onderwijs, jeugdhulpverlening, ouders, of ander
'Voor ik het wist sloeg ik erop.''Er trok een rode waas voor m'n ogen en toen...'Agressieve jongeren hebben dikwijls het gevoel dat woede-uitbarstingen hen min of meer overkomen. Het lijkt alsof de agressie wordt opgeroepen door de situatie. Vanuit de Rationeel Emotieve Therapie (RET) echter, wordt erop gewezen dat dergelijke reacties niet zozeer worden veroorzaakt door een bepaalde situatie, maar veel eerder worden opgeroepen door onbewuste en irrationele gedachten die de jongere over die situatie heeft. De wijze waarop de jongere de situatie interpreteert en de gedachten die hij daarbij heeft, leiden ertoe dat hij buitensporig kwaad wordt en niet meer in staat is om met de feitelijke situatie om te gaan.Dit boek geeft aan de hand van onderzoek in de praktijk toepassingen van de Rationeel Emotieve Therapie weer voor de jeugdhulpverlening. Daarbij is specifiek gekozen voor de residentiële hulpverlening aan agressieve jongeren. Het onderzoek heeft vorm gekregen
Hebben kindercentra een eigen sociaal-pedagogische opdracht of zijn zij het voortraject van het onderwijs, het verlengstuk van het gezin, de dependance van de jeugdhulpverlening of de kinderbewaarplaats van het bedrijfsleven? Kindercentra zijn al lang geen randverschijnsel meer, integendeel. Tegenwoordig hebben zij een belangrijke functie in de samenleving. Kindercentra zullen hun positie ten opzichte van de andere spelers op het maatschappelijk speelveld moeten bepalen. Op welke manier kunnen kindercentra tegemoetkomen aan de vragen van deze en andere spelers, zonder het kind uit het oog te verliezen? Kindercentra kunnen deze vraag alleen beantwoorden in samenspraak met ouders, overheden, bedrijfsleven en andere maatschappelijke actoren. De auteurs hopen met deze publicatie een bijdrage te leveren aan het debat over de positionering van kindercentra.
Ouders met een niet-Nederlandse achtergrond zijn over het algemeen positief over hun eigen opvoedersrol. Zij vinden dat zij de baas zijn, dat zij verantwoordelijk zijn en zij verwachten van hun kinderen respect voor zichzelf en voor anderen. Zij zijn trots op de ouderlijke status die ze hebben. Man en vrouw zijn het meestal eens over de invulling van ieders rol naar de kinderen, die rol is vaak verschillend. Dit is een groot verschil met ouders die van oorsprong in Nederland opgroeien. Zij hebben vaak een onzeker en zelfs negatief beeld van hun eigen opvoedersrol. Zij zeggen dingen als: ‘ik zal het wel niet goed doen’, of: ‘het is natuurlijk verkeerd wat ik doe’. Ze vínden wel dat ze de baas moeten zijn, maar voelen dat meer als een last dan als een voorrecht. Elsie Sloot werkt al ruim dertig jaar in de jeugdhulpverlening en heeft sinds 1990 een zelfstandige praktijk als opvoedkundige. Vanuit haar ervaringen met autochtone en allochtone ouders bespreekt zij het opvoeden
In het opvoedingsproces sluiten doorgaans de ontwikkeling van het kind en de opvoeding op elkaar aan. Maar soms is dat niet het geval. Het opvoedingsproces wringt dan of zit vast. In Orthopedagogiek - Antwoorden op vraagstellingen wordt een weg gewezen om de vraagstelling op te sporen en worden bouwstenen voor de hulpverlening aangedragen. Het Vraagstelling Ordenend Systeem (V.O.S.) wordt daartoe gepresenteerd. Het gedrag van het kind en de manier waarop de opvoeder opvoedt worden daarbij geanalyseerd in hun betekenis voor het opvoedingsproces. Beoogd wordt het opvoedingsproces zo te doen verlopen dat het de beste kansen biedt voor de ontwikkeling van het kind. De uitkomst van het zoekproces - met behulp van V.O.S. - wordt vastgelegd in een behandelingsplan.De manier waarop het V.O.S. een functie vervult voor de indicatiestelling en voor de zorgprogrammering komt daarna aan de orde.De auteurs hebben binnen de jeugdhulpverlening en de gehandicaptenzorg ervaring met ortho