De kunst van de versmelting
Jo Coenen concludeert dat we in de laatste decennia sociaal en cultureel in een ongekende dynamiek terecht zijn gekomen als gevolg van digitalisering, globalisering, commercialisering, individualisering, etc. Dit gaat gepaard met een enorme drang naar het nieuwe en tegelijkertijd een sterke behoefte aan houvast en een beweging om het bestaande te bewaren. Deze twee tendensen van dynamiek en van behoud botsen, terwijl ze als dualiteit elkaar juist kunnen versterken en samen fantastische resultaten kunnen opleveren. Belangrijk is het denken vanuit transformatie en continu teit; het denken vanuit het bestaande en daar het nieuwe op laten aansluiten.
Het onderzoeksprogramma van (r)MIT, waar Jo Coenen de wetenschappelijke leiding over voert, functioneert in het middelpunt van het huidige debat in de architectuurwereld. Tweederde van de opdrachten aan Nederlandse architecten heeft betrekking op transformaties, van de verbouwing van een woonhuis tot en met complexe opgaven met betrekking tot integrale stedelijke vernieuwing. De ingrijpende verandering van het opdrachtenpakket van de architect en het steeds complexer worden van de beroepspraktijk vragen om een nieuwe vorm van ingenieurskunst: de kunst van de versmelting.
Inhoud
09 Inleiding
13 Observaties en overwegingen
29 Analyse en remedie
31 Herdefini ring in (r)MIT
31 De kunst van de versmelting
44 Modificatie
47 Interventie en de bevordering van de bouwkunst
63 Transformatie
71 Actieprogramma en kenniscentrum
75 Tot slot
78 Noten
Over de auteur
Prof. ir. Jo Coenen (1949) is wetenschappelijk directeur van (r)MIT, Kenniscentrum voor Modificatie, Interventie en Transformatie van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. Als architect leidt Jo Coenen drie architectenbureaus: in Amsterdam, Maastricht en Berlijn. Bekende ontwerpen van zijn hand zijn onder andere het NAi in Rotterdam, het C ramiqueterrein te Maastricht, de Ku
Een competente arts is niet alleen medisch technisch geschoold maar heeft ook geleerd wetenschappelijk te denken, klinisch te redeneren en informatie kritisch te beoordelen. De nieuwe curricula geneeskunde, die aansluiten bij de uitgangs-punten van de CANMEDS, richten zich expliciet op het ontwikkelen van deze vaardigheden. Met dit Leerboek Psychiatrie kinderen en adolescenten wordt hierbij aangesloten. Vrijwel ieder hoofdstuk van het boek bevat casuïstiek, gevolgd door vragen die de student de gelegenheid bieden het klinisch redeneren te oefenen. De kern van het boek bestaat uit de meest voorkomende kinder- en jeugd-psychiatrische stoornissen, maar evenzoveel bladzijden van het boek behandelen andere onderwerpen waarmee de praktijk elke behandelaar van jongeren dagelijks confronteert: psychische stoornissen bij adoptiekinderen, kinderen van ouders met ernstige psychiatrische problemen, problematiek die kenmerkend is voor hoog-begaafde kinderen. Zowel het diagnostiekhoofdstuk als het deel stoornissen gaan in op specifi eke vormen van de kinderpsychiatrische praktijk, te weten de liaison- en de forensisch kinder- en jeugdpsychiatrie. Uiteraard ontbreekt een hoofdstuk over de normale ontwikkeling niet.
Omdat gespreksvaardigheden een essentieel onderdeel zijn van de opleiding, verschijnt het boek samen met een dvd-rom waarop diagnostische interviews worden gedemonstreerd met kinderen van verschillende leeftijd. Een interactief programma stelt de student in staat zelf te oefenen met het formuleren van anamnestische vragen en met verslaglegging. Ook is voor de gebruiker van boek en dvd-rom een blackboard portal beschikbaar met proeftentamenvragen en nieuwe informatie.
Het boek met dvd-rom en blackboard richt zich op studenten geneeskunde en arts-assistenten in opleiding tot psychiater, maar het biedt ook belangrijke informatie aan gedragswetenschappers, al dan niet in opleiding tot GZ-psycholoog of klinisch psycholoog, kinder- en jeugdartsen, huisartsen, B- en kinderverpleegkundigen, en maatschappe